Door op in Algemeen, Detailhandel/Retail, Meedenkers.

 vijf jaar slapen

Sander van Golberdinge is secretaris Winkelcriminaliteit van Detailhandel Nederland en waarschijnlijk net terug van een hele lange vakantie. Hij zegt dat het een alarmerende tendens is en slechts het topje van de ijsberg als het gaat om agressie bij winkelovervallen. Sander pleit voor maatregelen.

Nou denk ik als ik een ijsberg zie dat er waarschijnlijk ook wel een stukje onder water zou kunnen zitten. Sander wacht alleen net zo lang tot er een topje boven water uitsteekt, is dan hevig verrast en gaat vervolgens heel hard “aan het werk”. Politiecijfers spreken van een verdrievoudiging van incidenten ten opzichte van 2007. Dat is vijf jaar geleden. Wat was Sander al die tijd aan het doen, behalve op zijn handen zitten. Leuk stuk weer in de krant hoor, alleen heeft de winkelier er zo weinig aan ben ik bang en waarom vraagt die journalist niet is een beetje door. Zoiets van, “Zeg Sander, wat doen jullie allemaal bij die club van je” en “wat had jij vroeger zelf voor winkel” en  “als je resultaat nou zo verschrikkelijk slecht is, waarom heffen jullie jezelf dat niet eens op”. Scheelt een hoop geld en het resultaat blijft hetzelfde.

Een logisch proces

Jaren geleden kon je dit al zien aankomen. Een logisch proces, dief breekt in bij bedrijf, bedrijf moet zich op last van de verzekering beter beveiligen en koopt een camera en een nieuw rolhek. Dief zoekt ander doel. Dief breekt in bij winkel en winkelier wordt door de verzekering gemaand beveiliging aan te schaffen. Eigen kosten natuurlijk en jaarlijks onderhoud van de installatie. Verplicht, want dat regelt Sander met de maatschappijen en de beveiligingbranche. Dief zoekt ander doel en komt tot de conclusie dat overdag de winkel gewoon open is. Winkelier volgt cursus “hoe om te gaan met een overval”, georganiseerd door Winkelcriminaliteit van de Detailhandel Nederland en de politie en natuurlijk de Kamer van Koophandel, Hoofdbedrijfschap Detailhandel, de Mitex, MKB, Platform Detailhandel Nederland, etc. Allemaal zeer verguld met de succesvolle avond. Laatst nog zo’n bijeenkomst bezocht in Beverwijk, toch maar weer eens geprobeerd. Conclusie van de avond: “Jullie moeten allemaal heel goed oppassen”.

Ik weet niet wat het is met al de geldverslindende organisaties, maar die denken nog steeds dat, als je het de dief maar lastig genoeg maakt, hij vanzelf wel aan het werk gaat. Naïevelingen. Met z’n allen in het zelfde badje elkaar het hele jaar adviseren, daar vorstelijk voor betaald worden, zonder enig risico en verantwoordelijkheid. Het erge is dat ook de politiek voortdurend advies vraagt aan deze rijke herenclubs.

Het volgende station in de criminele wereld, ik zal het u vast aankondigen, is dat de kassière bij haar fiets wordt opgewacht, waarna de baas van de supermarkt wat geld mag overmaken naar een beveiligde rekening op de Kaaiman Eilanden. Geen politie en andere inmenging graag. Als het nog niet aan de hand is tenminste. Detaillisten 2012, helaas net te laat. http://www.meedenkers.nl/politiek/2012/detailisten-2012

Facebook Twitter Email

2 Responses to “Jullie moeten allemaal heel goed oppassen”

  1. De Spreekstalmeester

    Opnieuw een briljante column amice. Onlangs als zefstandige geprobeerd om voor de vierde keer een adreswijziging aan de kamer van koophandel door te geven. Je weet wel, die club die verouderde bedrijfstelefoonnumers verkoopt waardoor mensen tot sint juttemis worden lastiggevallen omdat zij toevallig het oude nummer van een bedrijf(je) hebben. Kostenverslindende clubjes die als het erop aan komt eigenlijk alleen maar nog meer tijd en energie stelen van snoeihard werkende zelfstandigen in plaats van dat juist te besparen en faciliteren. Doe iets concreets, bespaar tijd of genereer energie. Of hef je anders op. Allemaal graag. Ministerie van Economische zaken leest u mee?

  2. Andre Julien

    Er is nog een bevolkingsgroep die in de boot niet vertegenwoordigd is: de klant. Als je uitgaat van de werkelijke klantbehoefte dan zou iedereen in de boot meteen heel goed weten welke kant het op moet. Klant en ondernemer samen bepalen het succes, de rest is infrastructuur, is er om desgevraagd en alleen waar nodig te helpen.