Door op in Algemeen, Detailhandel/Retail, Meedenkers.

V&D‘Once uppon a time there was a warehouse’. Het zou zomaar de titel kunnen zijn van een nieuwe 10 delige Netflix serie over het wel en wee van de families Vroom en Dreesmann. In deel één maken we kennis met de bevlogen Willem Vroom in zijn manufacturenzaak in Amsterdam. Als hij op zondag, na het kerkbezoek, voor zijn collega concurrent Anton Dreesmann vriendelijk zijn hoed afneemt, konden beiden niet vermoeden waar dit vriendelijke gebaar uiteindelijk toe zou leiden. Het kerkbezoek had niet alleen een religieuze reden, maar het gaf ook de gelegenheid de clientèle even in de ogen te kijken. De gelovigen konden zich maar beter bij de juiste winkel vervoegen. Nadat er in eerste instantie alleen werd samengewerkt op de inkoop, breidde dat zich later uit en resulteerde uiteindelijk in de oprichting van het eerste filiaal in de Weesperstraat. Alle intriges tussen de families, de zwarte schapen en het feit dat Willem en Anton ook nog zwagers werden, gaf meer dan genoeg stof voor de eerste drie geplande series. In de delen vier en vijf zien we het concern zich verder ontwikkelen en maken we zijdelings kennis met een paar van de hondstrouwe katholieke werknemers en de families achter de duizenden merken die via de Vroom en Dreesmann winkels hun weg naar de consumenten wisten te vinden. Ze werden er allemaal niet slechter van en het gaf een prachtig beeld hoe de vaderlandse middenstand functioneerde met wederzijds vertrouwen. De oorlogen en crisissen werden overleefd en de warenhuizen werden het hart van de winkelstraat. We zien hoe wethouders bijkans op de knieën vallen om een V&D naar hun stad te krijgen, met alle bijbehorende manipulaties en verlokkingen. In de delen zes en zeven komt het concern in zwaar weer en later in héél zwaar weer. De families Vroom en Dreesmann hebben de panden verkocht en allerlei louche investeerders proberen samen met de zakkenvullende adviesindustrie de winkels van nieuwe ideeën te voorzien.

In de delen acht, negen en tien zien we hoe de ouderwetse ondernemersgeest weer terug keert in het concern. De achter-achter-achterkleindochter van Willem Vroom wordt de baas en samen met de banken en eigenaren van de panden worden slimme plannen gesmeed. Het warenhuis wordt weer echt warenhuis met op de afdelingen bevlogen personeel die de klant tot en met het afrekenen gaat helpen. De centrale afrekenpunten verdwijnen en op elke toonbank staat weer een kassa. De persoonlijke aandacht is weer terug en het personeel gaat een klant weer herkennen. De boekenafdeling is weer gewoon in de kelder of op de begane grond en ook alle shop in shops zijn verdwenen. In alle vestigingen worden crèches, kinderopvang en naschoolse opvang ingericht, in goede samenwerking met de bestaande Pinokio’s en Baloe’s. Met de nieuwe openingstijden van half acht tot half acht, geeft het de consument ruim de tijd de kinderen te halen en te brengen. En uiteraard nog even wat boodschappen te doen. De ontbijtafdeling van La Place draait op volle toeren en de online bestelde artikelen staan aan het eind van de dag keurig in de V&D tas klaar. Online bestelde artikelen worden niet meer verstuurd, maar kunnen uitsluitend in één van de 63 vestigingen van V&D worden opgehaald. Omdat het gevecht met Amazon, Zalando en Bol.com zinloos is, vermeld de website enkel in welk filiaal de artikelen op voorraad zijn. Reserveren is uiteraard mogelijk. En ach een klant in de winkel neemt nog wel eens wat meer mee hè. Tot slot krijgen alle V&D vestigingen een instructiezwembad voor onze kleinste medemens. Onder het motto, “een klant voor het leven” voegt V&D de daad bij het woord. Maar dan moet je ze natuurlijk wel in leven houden. In 2017 werd het 64ste filiaal feestelijk geopend en ze leefden nog lang en gelukkig.

 

Facebook Twitter Email

Comments are closed.